... APOSTLESHIP OF THE SEA Apostolatus Maris

    Terug

APOSTOLAAT GESCHIEDENIS

De Geschiedenis van Stella Maris

Auteur: JustinGleissner

Vandaag is Stella Maris of Apostolatus Maris (AM) in vele plaatsen in de wereld een veilige haven in de haven, een plaats waar ze na weken op zee en maanden weg van huis eens kunnen ontsnappen aan de eentonigheid van hun leven aan boord. Waar ze andere zeelui, al of niet landgenoten, kunnen ontmoeten; en ook burgers. Waar ze desgewenst ook een luisterend oor krijgen en waar ze wifi, skype en goedkope telefoonkaarten vinden om het thuisfront te contacteren. Waar ze ook hun biertjes of cola’s kunnen bestellen zonder te moeten vrezen om afgezet te worden. In alle opzichten een plaats waar ze zich geborgen voelen.
Maar zo is het niet altijd geweest. Legendarisch zijn de verhalen over havens als oorden van verderf, waar de zeeman werd beschouwd als een “profit center” die men op alle mogelijke wijzen zoveel mogelijk geld afhandig moest maken; goedschiks als het kon maar ook kwaadschiks bij moeilijke klanten.

Glasgow als bakermat

Er kwamen eerst alternatieven voor het gebruikelijke vertier van zeelieden aan wal dankzij ene Peter Anson die in 1889 in het Schotse Glasgow werd geboren. Hij werd visser van beroep en was tevens Benedictijner Oblaat. Op 4 oktober 1920 op een bijeenkomst van katholieke leken in Glasgow stichtte hij het Apostleship of the Sea of Apostolatus Maris. Het nu nog gebruikte en alom gekende logo van Stella Maris werd door hem ontworpen. De stichtingsakte van het Apostleship of the Sea werd in 1922 door Anson zelf voorgesteld aan Paus Pius XI in Rome. Met de pauselijke zegen werd Rome meteen de zetel van internationale organisatie terwijl Glasgow hoofdkwartier werd. Anson overleed in 1975.

Een van zijn medestanders was Arthur Gannon. Deze werd secretaris van de vereniging. Hij bezocht verscheidene havens en zocht er gelijkgezinden die zich eveneens het lot van de zeeman aantrokken en hen een veilig onderdak boden voor de dagen dat ze aan wal verbleven. Om de werking te coördineren van alle organisaties die zich met welfare voor zeelieden bezig hielden, werd in maart 1928 de Raad van het Apostolaat ter Zee opgericht. En daaruit ontstond het Apostolatus Maris International Concilium (AMIC) waarvan Arthur Gannon de eerste secretaris werd. In 1952 verscheen de apostolische constitutie Exsul Familia die het Apostolaat ter Zee erkende als integraal deel van de Kerk.


Inmiddels werden in verscheidene havens katholieke apostolaatswerken ertoe aangezet zich ook om de zeelieden te bekommeren; waar nodig hen een tehuis te bezorgen, hen bij te staan in de verdediging van hun sociale rechten en hen voor te bereiden op hun volgende periode op zee. Pater Martin Dale, S.J. had een handig Prayer Book for Catholic Seafarers samengesteld dat op duizenden exemplaren werd gedrukt, verdeeld onder de zeelieden of meegegeven met de schepen. In de haven van Rotterdam stelde pater Koevoets een analoog gebedenboekje samen. Rond de dertiger jaren kon al een hele lijst van adressen worden gepubliceerd van tehuizen waar zeelieden “thuis waren”. De meeste van hen afficheerden de naam Stella Maris.

Ndaka ya Bissu

Op initiatief van Arthur Gannon werden toen ook al internationale bijeenkomsten gehouden die zelfs tot in Rome weerklank vonden met ‘copie conform’ aan het bisdom Mechelen dat er werd op gewezen dat ook in Antwerpen schepen aanlegden en waar wel wat meer aandacht aan de zeelieden kon worden geschonken. Die bekommernis werd doorgespeeld aan de Sint-Paulusparochie, hartje van het Antwerps havenkwartier van die tijd. En meteen werd een ploeg van scheepsbezoekers samengesteld en in het reeds bestaande parochiehuis waren zeelieden voortaan ook welkom.

Maar Apostolatus Maris in Antwerpen kreeg eerst vaste vorm en een structuur met de aanstelling in 1930 van E.H. Eugeen Boogaers als aalmoezenier van de zeelieden. Geboren in 1881 in Turnhout had hij er toen al een carrière opzitten als cowboy-aalmoezenier in het bisdom Oklahoma (1909). In 1914 bij het uitbreken van de Groote Oorlog, keerde hij naar België terug om legeraalmoezenier te worden. Op 18 maart 1917 werd hij tijdens een vijandelijke aanval op Reigersvliet zwaar gewond aan de heup terwijl hij in de loopgraven gekwetste en stervende soldaten bijstond. Zijn legercarrière eindigde eerst in 1929.

Hij ging daarna op zoek naar een nieuwe uitdaging waarbij hij toevallig pater Kruynen, scheutist, tegen het lijf liep die zich toen al ontfermde over de Congolese zeelieden, varend op de Belgische schepen en meer bepaald op de Congo-boten van weleer. Door de zorgen van de rederij had Kruynen daarvoor de beschikking gekregen over een huis aan de Van Dyckkaai 1. Het kreeg de naam “Ndaka ya Bissu” of Ons Huis. Zeelieden vonden er onderdak toen hun schip in de haven in droogdok zat voor reparaties, bij ontrattingen enz.. Het zou de eerste Stella Maris in Antwerpen worden. Zijn pad ging evenwel niet over rozen want er kwamen spanningen met de rederij omdat Kruynen zich ook bezorgd toonde over de arbeidsomstandigheden aan boord en officieren vonden dat hij te familiair was met de zwarten wat hun gezag aan boord zou hebben ondermijnd. Conclusie: exit Ndaka ya Bissu!

In het interbellum tussen WO I en II werden ook aalmoezeniers benoemd aan boord van de Belgische opleidingsschepen en bij de Hogere Zeevaartschool. Op de passagiersschepen zorgden priesters en missionarissen, reizend van en naar de kolonie, voor de erediensten aan boord.

E.H. Boogaers was ondertussen niet bij de pakken blijven zitten en was ervan overtuigd dat er in de haven en inzonderheid bij de zeelieden een groot apostolaatsterrein was weggelegd. Op het einde van de vijandelijkheden in 1945 maakte hij kennis met de latere Mgr.Lambrechts, die zich toen ontfermde over het lot van de gedetineerden. Boogaers stelde toen de collectie van de Bibliotheek voor Zeevarenden, die in die jaren nog geen cliënten had, ter beschikking van de discipelen van Lambrechts. Het zou de start worden van een vruchtbare samenwerking tussen beide geestelijken. In december 1946 richtte Boogaers een brief aan de internationale secretaris Arthur Gannon, waarin hij, verwijzend naar zijn wankele gezondheid, om een medewerker verzocht.

Amicale ondergedoken

Dat werd E.H. Jan Fratteur die Boogaers zou bijstaan tot hij in 1949 pastoor zou worden benoemd van de inmiddels verdwenen parochie van Oosterweel in het havengebied.

Opnieuw stond Eugeen Boogaers er alleen voor maar er werd van alle kanten druk uitgeoefend op het bisdom om een vaste medewerker te benoemen. Dat resulteerde erin dat Mgr. Lambrechts einde 1950 van het bisdom de opdracht kreeg een studie te schrijven over “de pastorale noodwendigheden in de haven van Antwerpen”. Resultaat van die studie: nog in de december 1950 werd Mgr. Lambrechts, ter versterking van Boogaers, benoemd tot aalmoezenier van het Apostolaat ter Zee in Antwerpen.

Inmiddels stond aan de Italiëlei 72 het zeemanshuis Stella Maris in de steigers. Het werd gebouwd dankzij sponsors voor de helft aangevuld met subsidies van de provincie Antwerpen en de stad Antwerpen. In het nieuwe clubhuis beschikte men over een foyer met bar, een feestzaal, restaurant, de Bibliotheek voor Varenden, een kleine shop en negen hotelkamers. Het werd feestelijk in gebruik genomen op 30 juni 1951. Het was de periode dat in Antwerpen de schepen nog van bemanningen wisselden. Tussen af- en aanmonsteren moesten zij aan land verblijven en al vlug bleek de hotelcapaciteit in Stella Maris te beperkt. Er was bovendien niets voorzien voor een inwonende aalmoezenier of verantwoordelijke. Toen de buurman van het aanpalende nummer 74 zijn eigendom te koop stelde, werd gretig op dit aanbod ingegaan en werden de twee huizen één door de sloop van scheidingsmuren, het elimineren van trappen en het creëren van doorgangen. Aldus kon de hotelaccomodatie tot veertien kamers worden uitgebreid. Er kwam een kapel, er kon bovendien een secretariaat worden ingericht, de feestzaal werd met de helft vergroot en er kwamen vergaderzalen bij.
.
Vanaf 1952 tot in de tachtiger jaren huisde in de kelder onder het nummer 72 de Amicale des Marins Congolais, een ontmoetingsruimte voor Congolese zeelieden op initiatief van pater Nuyens die pastoor was geweest in Matadi. En vermits de meeste zwarte zeelieden aan boord van Belgische schepen afkomstig waren uit de Congolese havenstad, was het hier dikwijls een vrolijk weerzien. De Amicale leefde als het waren ondergedoken; totdat de vrolijkheid uitgroeide tot nachtlawaai en burenprotest met sluiting van de ondergrondse” als resultaat.

In die periode nam het aantal medewerkers voor Stella Maris een hoge vlucht; wel tot een vijftigtal vrijwilligers. Jongedames zorgden voor animo tijdens de dansavonden op dinsdag, donderdag, zaterdag en zondag. Anderen hielden de bar open en de shop. Nog anderen vormden een “visiting-team” voor zieke zeelieden die in Antwerpen werden gehospitaliseerd. Scheepsbezoekers trokken toen wel dagelijks de haven in, gingen er aan boord van vreemde schepen en leerden er Stella Maris kennen. E.H.Boogaers, de oprichter van Stella Maris, overleed op 7 februari 1956

In 1958 kreeg Mgr. Lambrechts assistentie van E.H. Jef Borgers, doctor in de wetenschappen en professor aan het Sint-Jan Berchmanscollege.

Internationaal noteerden we in die periode de overplaatsing van het internationaal algemeen secretariaat van Glasgow naar Rome. Mgr. Lambrechts zelf werd in 1960 benoemd tot uitvoerend internationaal secretaris van Apostolatus Maris in Rome en zou in die functie mee aan de basis liggen van de internationale uitbouw van AM. Het katholieke zeemanshuis zou van de jaren 1956 tot 1960 de plaatsing coördineren van de aalmoezeniers aan boord van Belgische koopvaardijschepen die tevens kadetten van de Hogere Zeevaartschool meenamen. Dat waren de Louis Sheid, Montalto, Eekloo naast het zeilopleidingsschip Mercator. 

  Exit hote

In Stella Maris had inmiddels E.H. Fons Laureys, een eveneens voormalige collegeleraar, de overstap naar het haven-apostolaat gemaakt nadat hijzelf eerst twee jaar als   “aalmoezenier-ter-lange-omvaart” had gevaren. In 1962 en de volgende jaren herstructureerde hij de Bibliotheek voor Varenden en hij nam tevens de pastorale zorg op zich voor de kadetten van de Hogere Zeevaartschool.

Aalmoezenier Jef Borgers legde vanaf de jaren 1966 de grondslag voor een oecumenische samenwerking onder de verschillende zeemansmissies in de haven. Dat resulteerde in een akkoord tussen The British Sailors’ Society, The Missions to Seamen en Apostolatus Maris die in 1970 midden havengebied, de Antwerp Mariners Club oprichtten. Later sloot ook de Deutsche Seemansmission zich aan bij de oecumenische club. Aan de gevel van de Italiëlei 72 verscheen naast Stella Maris, verwijzend naar de katholieke roots, ook het opschrift Antwerp Seafarers’ Centre op de façade. In juli 1970 gaf Jef Borgers zijn ontslag om in Brussel opnieuw leraar-wetenschappen te worden.

Op het internationale vlak zou aalmoezenier Laureys ook voorzitter worden van de Europese Regionale Organisatie van het Apostolaat der Zee. Eerder was hij al benoemd tot directeur Apostolatus Maris België. Hij overleed op 20 december 1992.

Inmiddels deed in alle bisdommen het priestertekort zich gevoelen zodat eerst in september 1993 E.H. Stefaan Grillet voor het ambt van havenaalmoezenier kon worden gevonden. Stefaan Grillet was priester-arbeider geweest in het internationaal baanvervoer. In augustus 1996 ging ook hij weer andere uitdagingen aan. Hij werd in 1996 opgevolgd door E.H. Geert Bamelis die havenaalmoezenier zou blijven tot hij in 2005 pastoor werd benoemd in Bredene en toen werd opgevolgd door E.H. Jos Vanhoof, die door het bisdom werd teruggeroepen uit Venezuela, waar hij werkte als missionaris. Hij wordt bijgestaan door de Filippijnse priester Jorgedy Bago. En gezien een zeer groot deel van de bezoekende zeelieden Filippino’s zijn, zorgt hun binnentreden ook telkens voor een vrolijk weerzien – in het Tagalog!

Ook de internationale zeevaart onderging drastische wijzigingen. Zo verblijven de zeelieden die in Antwerpen afmonsteren, nog maar zelden aan land. Ze worden doorgaans door de zorgen van de scheepsagent afgehaald van het schip en rechtstreeks via Zaventem gerepatrieeerd naar hun land van herkomst. De hotelfunctie van Stella Maris bleek meer en meer overbodig en vanaf 1980 werden de kamers een voor een zelfs gesloten. Het restaurant was al sinds 1975 gesloten en in 2011 werd de restaurantkeuken in de kelder zelfs volledig gesloopt en afgevoerd als oud ijzer. Het Internationaal Zeemanshuis aan de Falconrui werd in 2013 zelfs helemaal afgebroken. Aan de Noorderlaan kwam het Antwerp Harbour Hotel in de plaats waar ook zeelieden welkom zijn.

Goede huisvader


Voordien kwamen in het foyer ook dagelijks Belgische zeelieden over de vloer die zich voor aanmonstering kwamen aanbieden in het Aanwervingsbureel voor Zeelieden in de Olijftakstraat, zijstraat van de Italiëlei. Maar sinds de uitvlagging, gevolgd door de globalisering van de Belgische koopvaardijvloot, wordt er in Antwerpen niet meer aangemonsterd. Het Aanwervingsbureel werd gesloten en meteen verloor Stella Maris een groot deel van zijn dagdagelijks cliënteel. Sindsdien blijft de foyer overdag dicht en werden de openingsuren beperkt van 19.00 tot 23.00u. Bezoekers zijn dan hoofdzakelijk vreemde zeelui van alle nationaliteiten die iedere avond met een belbus in de haven worden opgehaald en om 23.00u opnieuw aan hun schip te worden afgezet.

De shop functioneert nog dankzij de inzet van vrijwilligers en in de foyer werd wifi geïnstalleerd met een batterij van vaste computers terwijl zeelieden ook hun eigen laptop kunnen meebrengen. De telefoonfaciliteiten werden eveneens uitgebreid. Een kleine biljart en een pingpongtafel staan ook nog steeds ter beschikking. In de kapel wordt op verzoek iedere zaterdagavond een mis opgedragen in de taal van de gelovigen van het ogenblik: Engels, Tagalog, Spaans, Nederlands. En iedere avond is er in het foyer ook een “chaplain” met dienst, hetzij R.K., evangelisch of anglicaans.

De hotelkamers van weleer werden, mede dankzij een renteloze lening van de Koninklijke Belgische Redersvereniging, gemoderniseerd en heringericht als studentenkamers voor studenten van de Hogere Zeevaartschool.

De Bibliotheek voor Varenden werd in 2008 overgenomen door de Stadsbibliotheek die via aalmoezeniers en scheepsbezoekers nog steeds boeken en video’s bezorgt aan de schepen in de haven. In de foyer zelf blijft een bib-punt behouden waar bezoekende zeelui zich gratis met leesvoer in verschillende vreemde talen kunnen bevoorraden.

Het uitgebreide archief van AM werd eerst gesaneerd en in 2009 overgedragen aan het Katholiek Documentatiecentrum (KADOC) in Leuven.

Van de weeromstuit werd ook het personeel drastisch afgeslankt en treedt de vzw Apostolatus Maris, met kapitein ter-lange-omvaart Guido Lannoy als voorzitter, steeds meer en meer op de voorgond. De raad van bestuur van de vzw bestuurt de instelling thans als “goede huisvader” en zorgt voor de administratieve, materiële en financiële omkadering waarbinnen de aalmoezeniers hun apostolaat ten volle kunnen uitoefenen. Het dagelijks beheer van het huis met de beslommeringen rond de verhuur van studentenkamers, de bestellingen voor de bar, het onderhoud enz. wordt verzorgd door een Caroline Smits, bestuurder, ambtenaar op rust maar tevens vrijwilligster in “de Stella”. Het bisdom van Antwerpen stelt twee priesters fulltime ter beschikking en zij worden bijgestaan door een schare vrijwilligers. De andere “partners” in het Antwerp Seafarers’Centre, The British Sailors’ Society, The Missions to Seamen en de Deutsche Seemansmission hebben elk een pastor in dienst die eveneens wordt gesteund door vrijwilligers. Vertegenwoordigers van de verscheidene kerken houden iedere dinsdagochtend in Stella Maris een oecumenische conferentie waarop de werkzaamheden worden besproken. Voor scheepsbezoeken werd de haven opgedeeld in sectoren en kreeg iedere kerk een sector toegewezen.

In 2013 werden in het centrum 14.246 zeelieden van zo ‘n 2.477 schepen verwelkomd.

 

Source : Justin Gleissner
Date : 30.09.2018

Met de steun van ...

Bisdom ... ... ... ...