<
Apostleship of the Sea
Apostolatus Maris Antwerpen

BERICHTEN

JACQUES D'HAVE ZWAAIT AF


Jacques D'Havé zwaait af: "Loodsdossier blijft gewapende vrede"

Jacques D'Havé gaat eind deze maand met pensioen als administrateur-generaal bij het MDK. Een gesprek over twee goedgevulde ambtstermijnen, een blik op de toekomst en goede raad voor opvolgster Nathalie Balcaen.

Eind deze maand neemt Jacques D’Havé afscheid van het Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK), waar hij twaalf jaar aan het hoofd stond. Jaren van gewapende vrede met de loodsen, maar ook van technologische vernieuwing, verjonging van de vloot en ambitieuze kustplannen. Zijn opvolgster Nathalie Balcaen erft kortom heel wat om op voort te bouwen. Dat blijkt ook uit de fraaie gelegenheidspublicatie die een overzicht biedt van alle MDK-activiteiten van de laatste jaren.

Maritieme passie

Wanneer Jacques D’Havé ons ontvangt in zijn Brusselse kantoor, zit er voor ons niet bepaald een man die aan het aftellen is naar zijn laatste werkdag. De maritieme sector is altijd de rode draad van zijn carrière geweest. “Die passie voor het maritieme had ik als kind al. Geen idee waar dat vandaan kwam. Mijn familie was vooral in de medische wereld actief. Ik heb ook een jaar geneeskunde gestudeerd. Maar na een jaar heb ik voor de zeevaartschool gekozen”, zegt D’Havé.

Na zijn studies voer hij twaalf jaar voor CMB en daarna ging D'Havé de Zuid-Amerikaanse lijnen van de rederij leiden en vervolgens de vloot van CMB beheren. Na zijn passage bij CMB ging D’Havé aan de slag als consultant voor de Wereldbank, waar hij de privatisering overzag van twee Turkse staatsrederijen. Ambitieuze projecten, maar die expertise met privatisering zou voor grote argwaan zorgen bij de Vlaamse vakbonden, eenmaal D’Havé het bedrijfsleven omruilde voor de overheid.

"Trek uw plan"

Begin jaren 2000 werd D’Havé geheadhunt voor het Loodswezen. “De ontvangst die me daar te beurt viel… Van hogerhand de instructie “mijn plan te trekken”, en de vakbonden die vastbesloten waren me het leven zuur te maken. Zes weken tot zes maanden gaven ze me. Alleen de financieel directeur van het Loodswezen leek oprecht blij me te zien.” (lacht) De klanten waren positiever: ik maakte een einde aan de cultuur waarin de overheid per definitie gelijk had, en de klant al blij mocht zijn als er zes maanden na datum op zijn claim gereageerd werd. Stilaan groeide binnen het Loodswezen ook de steun voor die aanpak. De loodsen kregen plots meer appreciatie van de klanten, de vloot werd vernieuwd, mijn aanpak begon positieve resultaten op te leveren.”

“In 2006 werd het Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) gecreëerd. Als contractueel kon ik eigenlijk niet deelnemen aan de selectieproef. Intern wou niemand het doen. Zelf heb ik me niet kandidaat gesteld. Als ze mij voor die functie wilden, moesten ze het maar komen vragen, wat ook gebeurde. De uitdaging was niet mis: een volledig nieuwe structuur uitwerken. Tachtig procent van de stafdienst hier in Brussel nam ontslag toen ze hoorden dat ik die operatie zou leiden. Omdat ik in Turkije bij privatiseringen betrokken was geweest, vreesde men dat ik in Vlaanderen hetzelfde van plan was. Terwijl privatiseren voor mij enkel een middel tot een doel is. Het doel van het MDK is: vlot en veilig verkeer, loodsdiensten zonder wachttijden. Als dat lukt zonder privatisering, moet je niet over privatisering beginnen.”

Met welk gevoel neemt u hier afscheid?

“Ik had nog verder willen doen, maar ik heb de leeftijdsgrens van 65 bereikt en mijn tweede mandaat zit erop. Maar goed, er is een tijd van komen en gaan. Stilvallen zal ik niet.”

Wat is uw grootste verwezenlijking in die jaren bij het MDK?

“Het overzichtsboek vat het wel samen, zeker? (lacht) Met veel beeld en korte teksten maken we duidelijk wat we allemaal gedaan hebben in die afgelopen twaalf jaar. In alfabetische volgorde. Ik zou niet kunnen zeggen wat nu het belangrijkste is geweest. Voor de scheepvaart is de nieuwe beloodsingsvloot met swaths een belangrijke evolutie. Als die er niet was geweest, was het allicht moeilijker geweest om bijvoorbeeld de zeer grote zeeschepen naar Antwerpen te krijgen."

Wat was het moeilijkste moment in die jaren bij het MDK?

“Dit is een sterk gesyndicaliseerde omgeving. Ik heb altijd goede relaties met de bonden onderhouden, maar we hebben moeilijke momenten gekend. Vooral wanneer de politiek zonder veel kennis van zaken allerlei veranderingen wou doorduwen. In dossiers van het zeewezen moet je kleine stappen vooruit zetten. Politici begrijpen dat niet altijd. Terwijl we op die manier heel veel veranderd hebben met geven en nemen.”

Gewapende vrede

Hoe stabiel schat u die gewapende vrede rond het loodsendossier in? De laatste maanden is het relatief rustig.

“Het zal altijd een gewapende vrede blijven. De loodsen weten heel goed dat ze onmisbaar zijn door hun specifieke, lokale kennis. Maar in vergelijking met Nederland, waar de zeeloodsdiensten geprivatiseerd zijn, en je als overheid voor elke onderhandeling maar beter je advocaat meeneemt, is de situatie in Vlaanderen vrij stabiel.”

U moest dan ook telkens aan de private havengemeenschap gaan uiteggen wat er nu weer schortte?

“Dat heeft me nooit bang gemaakt. Tijdens een conflict met de Nederlandse loodsen ben ik in Rotterdam de Vlaamse zaak gaan bepleiten. Dat was nog nooit eerder gebeurd en werd geapprecieerd. Dankzij dat gesprek werd de zaak uitgepraat.

Ik hou de vinger aan de pols bij de grote rederijen. Veel zorgen hebben ze niet. De schepen hebben bijna nooit vertraging, en als die er toch is, hebben ze die vaak zelf gecreëerd.”

Voortrekkers

Hoe beent MDK de evolutie naar steeds grotere schepen bij?

“Voor de aanloop van zo’n recordschip van 20.000 teu of meer kun je oefenen in de simulator. Je bent dan wel afhankelijk van de goodwill van de rederijen. Die willen niet altijd de technische details van hun schepen delen, uit angst dat wij ze zouden nabouwen. Ik heb dan een bezoek aan de universiteit Gent en aan onze eigen installaties georganiseerd om het vertrouwen te winnen. Wij hebben duizenden proeven gedaan voordat we aan die grote schepen begonnen.

In de scheepvaartbegeleiding is de evolutie in de radars en de AIS-systemen spectaculair. We spelen een voortrekkersrol in wereld. Wij hebben de praktijkervaring, grote bedrijven helpen graag meedenken aan concrete oplossingen. Niet dat elke ingreep even succesvol is. Toen de nieuwe radartoren in Neeltje Jans in gebruik kwam, bleek de installatie niet de beloofde beeldkwaliteit te kunnen leveren. Met de nieuwste technologie zou dat probleem van de baan zijn. Maar die oplossing is er maar gekomen omdat ingenieurs wereldwijd begonnen na te denken over een oplossing voor ons.”

Goede raad

Welke grote werven erft uw opvolgster, Nathalie Balcaen?

“Hier stopt het werk nooit, hé. Sinds 2010 werken we in het kader van het Masterplan Kustveiligheid aan de verdediging van onze kust tegen de ‘duizendjarige storm'. Vijftig procent van dat programma is inmiddels uitgevoerd: zandsuppletie, vernieuwing en verhoging van de zeedijken, de heraanleg van het Zeeheldenplein is Oostende, enzovoort. De schop zit serieus in de grond, overal. Ook de ontwikkeling van de nieuwe jachthavens is volop aan de gang: in Nieuwpoort komt bijvoorbeeld een nieuw dok voor 500 jachten, met 1.000 wooneenheden eromheen.

Dit wereldje staat nooit stil. Wat de grootte van de schepen betreft, denk ik wel dat met ca. 400 meter lengte een grens bereikt is. De verzekeraars en classificatiemaatschappijen zullen op de rem gaan staan, zoals ook met de tankers gebeurd is.”

Hebt u goede raad voor haar?

“Nathalie Balcaen kent MDK natuurlijk, zij werkte jaren bij de afdeling Kust. Ze werd gedetacheerd als adviseur van de ministers Crevits (CD&V) en later Weyts (N-VA) op mobiliteit en openbare werken. Er waren meerdere kandidaten voor mijn opvolging, en zij is als beste uit de proeven gekomen. De overgang is goed voorbereid. Maar mijn raad voor haar zou zijn: “Wees geduldig en diplomatisch!” Als je te veel de baas wil spelen en zaken doorduwen, kom je jezelf tegen. Spreek met de klanten en de buitenwereld. Wij zijn niet zoals de rest van de overheid. Onze wereld is de buitenwereld. Wij zijn niet bezig met onszelf. Hier moet je het hebben van samenwerking. Als je samenwerkt, sta je zoveel sterker.”

Verweesde zeelui

Wat gaat u nog doen na uw pensioen?

“Ik heb alle werelddelen gezien, behalve Antarctica, dus daar ga ik eens verandering in brengen. (lacht) Daarnaast ben ik al twee jaar actief als voorzitter van Apostolatus Maris. De situatie van de scheepsbemanningen is de laatste jaren alleen maar verslechterd. Rederijen besteden het zoeken naar bemanning uit aan crew managers die om ter goedkoopst werken. Ze weten vaak niet hoe het er aan boord van hun schepen aan toegaat. Zeelui die iets overkomt, worden aan hun lot overgelaten, bijvoorbeeld wanneer ze hier in het ziekenhuis belanden, of in de gevangenis. Wij trekken ons het lot van die mensen aan, als ‘home far away from home'.

"Onze aalmoezeniers bezoeken 16.000 schepen per jaar, bijna de helft van alle aanlopen in Antwerpen. Ik wil de werking bekender maken en meer middelen aantrekken, want de gebouwen in Antwerpen zijn aan een opknapbeurt toe. Ik droom van één overkoepelende Apostolatus Maris voor heel Vlaanderen, met de afdelingen Antwerpen, Gent en Zeebrugge onder één koepel. Schepen zullen altijd een bemanning hebben. Een vertegenwoordiger van een grote rederij vertelde me: de citroen van de bemanningskost hebben we al zodanig uitgeknepen, dat de kost van de automatisering hoger uitvalt dan het kostenplaatje van dat laatste handjevol bemanningsleden. Dan begrijp je wel waarom welzijnswerk voor onze zeelieden zo cruciaal is." 



Apostolatus Maris

Italielei 72
Antwerpen 2000

  • +32 (0)3 233 34 75
  • info@aposmar.be
  • H: Maandag - Vrijdag: 7:00 PM to 11:00 PM

    Copyright © 2018 - Alle rechten voorbehouden. All rights reserved.
    Created by Susunoyo